CRvB 12 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2162
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Medicijnkosten. Voorliggende voorziening. Naam medicijnen niet relevant. Geen zeer dringende redenen. Anders dan uit eerdere rechtspraak volgt, is de Raad nu van oordeel dat het college ook zonder te weten om welke medicijnen het gaat het recht op bijzondere bijstand voor de medicijnkosten kan vaststellen. Voor de kosten van medicijnen is de Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de PW. Het college komt niet toe aan de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand, omdat artikel 15, eerste lid, van de PW aan verlening van bijzondere bijstand in de weg staat. Het college heeft zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet de naam te geven van de medicijnen waar zijn aanvraag om bijzondere bijstand op ziet. Beroep op zeer dringende redenen slaagt niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 27 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1192
- CRvB 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:985
- CRvB 26 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2297
- CRvB 17 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1028
- CRvB 13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU8263
- CRvB 16 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7320
- CRvB 3 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0905