CRvB 3 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0905

Verplichting bekendmaking medicijnen t.b.v. aanvraag bijzondere bijstand. In bezit hebben originele nota's niet noodzakelijk; inzage in originelen volstaat. Gedaagde heeft verweerders aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten van medicijnen niet in behandeling genomen, omdat appellant de aanvraag niet binnen de gestelde termijn heeft aangevuld met de - originele - nota van de apotheek. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het, gelet op de artt. 17 en 39.1 Abw, voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand noodzakelijk is dat gedaagde op de hoogte is van de precieze aanduiding van de medicijnen waarvoor deze bijstand wordt gevraagd. Deze kennis is voor gedaagde tevens onmisbaar bij de beantwoording van de vraag of hij zich bij de beoordeling van het recht op bijstand moet laten adviseren door een arts van de GGD, waarbij de Raad nog opmerkt dat een dergelijk medisch oordeel geen antwoord geeft op de vraag of aan alle in de artt. 17 en 39 Abw opgenomen vereisten voor het toekennen van een aanvraag om bijzondere bijstand wordt voldaan. Appellants beroep op zijn privacy slaagt niet, aangezien het daarin gelegen belang niet opweegt tegen het belang van kennisneming van gegevens voor het door gedaagde te nemen besluit. Bovendien geldt voor gedaagde en zijn medewerkers een geheimhoudingsplicht. De Raad is van oordeel, anders dan de Rb, dat gelet op de toelichting bij art. 6 van de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz 1996 appellant ten onrechte is tegengeworpen dat hij geweigerd heeft originele nota’s ter bewaring in gedaagdes administratie in te leveren. Het College van burgemeester en wethouders van Heemstede, gedaagde. mr. G.A.J. van den Hurk, mr. drs. Th.G.M. Simons, mr. R.H.M. Roelofs

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen