CRvB 1 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1927

Afwijzing herzieningsverzoek op grond van art. 4:6 Awb. Niet evident onredelijk. Niet in geschil is dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn die tot herziening van de oorspronkelijke besluiten zou moeten leiden. Beoordeeld moet worden of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Daarvan kan sprake zijn als het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is. Dit betekent dat aan de hand van wat is aangevoerd wel een discussie kan worden gevoerd over de vraag wat destijds de ware omvang van de aflossingscapaciteit van appellante was, maar niet dat daaruit volgt dat haar aflossingscapaciteit met het besluit van 14 april 2015 onmiskenbaar onjuist is vastgesteld. Alleen al omdat niet meteen duidelijk is hoe de beleidsregel moet worden uitgelegd, kan niet tot onmiskenbare onjuistheid van het besluit van 14 april 2015 worden geconcludeerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken