CRvB 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2543
Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2023:2541 en komt in de plaats vanECLI:NL:CRVB:2023:1309. Betrokkene heeft niet de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle gevraagde stukken over te leggen. Betrokkene heeft echter wel de medewerkingsverplichting geschonden. Dit betekent nog niet dat daardoor het recht op IOAW-uitkering over die periode niet kan worden vastgesteld. De intrekking van de IOAW-uitkering over deze periode berust niet op een deugdelijke grondslag. Dit brengt mee dat ook de terugvordering over deze periode geen deugdelijke grondslag heeft. De rechtbank had het beroep voor zover het de opschorting betreft, niet-ontvankelijk moeten verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank ten onrechte een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken en heeft bepaald dat het dagelijks bestuur het door betrokkene betaalde griffierecht moet vergoeden. Nieuw besluit en vergoeding proceskosten en griffierecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl