CRvB 28 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:958

Niet in geschil is dat appellante volledig arbeidsongeschikt. In geschil is de vraag of de volledige arbeidsongeschiktheid van appellante op de datum in geding, 20 december 2016, duurzaam is, zodat appellante op grond van artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering. De rechtbank heeft op goede gronden de conclusies van de door haar ingeschakelde deskundige gevolgd. Dat de deskundige zich achter het standpunt van de NVVG over het advies van de Gezondheidsraad heeft geschaard is geen reden om te twijfelen aan haar onpartijdigheid. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen en de deskundige volgt dat zij de aandoeningen van appellante serieus hebben genomen. De conclusie is dat met de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het onderzoeksrapport van de deskundige toereikend is gemotiveerd dat op de beoordelingsdatum een meer dan geringe kans op herstel bestond en toereikend is gemotiveerd waarom de belastbaarheid kon verbeteren. Omdat de Raad geen twijfel heeft over de juistheid van de medische beoordeling en de door de rechtbank ingeschakelde deskundige kan worden gevolgd, is er geen reden voor inschakeling van een andere onafhankelijk deskundige. De situatie in de uitspraak van 19 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3741, is niet vergelijkbaar met de situatie in de zaak van appellante. Uit de overwegingen volgt dat het Uwv op goede gronden heeft geconcludeerd dat er op 20 december 2016 geen situatie bestond als bedoeld in artikel 4 van de Wet WIA. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken