CRvB 10 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:83

Afzien van het kwijtschelden van openstaande vorderingen op appellant van in totaal € 9.801,19. Geen bijzondere omstandigheden. De looptijd en de hoogte van appellants aflossingen zijn verdisconteerd in het kwijtscheldingsbeleid van het Uwv. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de (voortgezette) terugvordering door het Uwv voor hem onaanvaardbare financiële gevolgen heeft, of dat zijn gestelde psychische klachten een gevolg zijn hiervan. Bovendien geldt dat appellant als schuldenaar de bescherming heeft, of kan inroepen, van de regels over de beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475b tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover zijn inkomen door beslaglegging of invordering onder het bestaansminimum zou dalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken