CRvB 14 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:825
Ontslag ten onrechte gegeven. Niet aannemelijk is geworden dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan examenfraude. Dat het antwoord van de betreffende leerling zonder enige twijfel fout was, heeft de stichting niet aannemelijk gemaakt. De discussie tussen de directe collega en betrokkene en het overleg dat zij vervolgens hebben gezocht met andere collega’s geeft er juist blijk van dat er twijfel was of de vraag op tweeërlei wijze uitgelegd kon worden. Verder is evenmin aannemelijk dat op het moment dat betrokkene op de computer in de lerarenkamer op de verzendknop in het systeem van Facet drukte de directe collega het niet eens was met het handelen van betrokkene. De subsidiaire ontslaggrond houdt evenmin stand. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de situatie die volgde op het ontslagbesluit en de proceshouding van betrokkene geen onderdeel kunnen uitmaken van het feitencomplex waarop het ontslagbesluit is gebaseerd. Daarmee kan de vertrouwensbreuk enkel zijn gebaseerd op wat op 21 juni 2019 is voorgevallen. De Raad komt niet tot de conclusie dat sprake is van een vertrouwensbreuk.
De uitspraak op rechtspraak.nl