CRvB 4 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:49
Herziening en terugvordering van bijstand. Stortingen en bijschrijving op bankrekening. Gokactiviteiten. In de periode van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2018 hebben bijschrijvingen van derden en stortingen op de bankrekeningen van appellanten plaatsgevonden. Zij hebben daarvan geen melding hebben gedaan aan het college. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij niet vrijelijk over de gelden hebben kunnen beschikken. Het betoog van appellanten dat het bij de meeste bijschrijvingen en stortingen slechts om kleine bedragen van familieleden gaat die incidenteel worden bijgeschreven mist feitelijke grondslag. Voorts heeft appellant in de maanden september, oktober en november van 2017 en in de maanden februari, maart, mei en juli van 2018 gokactiviteiten verricht. Appellant had het college van de gokactiviteiten op de hoogte moeten stellen, zodat het college kon onderzoeken of appellant inkomsten heeft verworven en tot welk bedrag. Appellant had ook redelijkerwijs kunnen begrijpen dat de gokactiviteiten en de daarmee behaalde winsten van belang zijn voor het recht op bijstand. De gokopbrengsten zijn inkomsten die vrij tot zijn beschikking staan. In het kader van de bijstand is daarom niet van betekenis wat appellant heeft ingezet om te gokken en wat hij daarmee heeft verloren.
De uitspraak op rechtspraak.nl