CRvB 25 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:156
Terugvordering van bijstand, en inhouding van de vordering op de bijstand met 10% van de bijstandsnorm. Het college heeft de bijstand van appellante over ruim twee weken ingetrokken en € 340 van haar teruggevorderd op de grond dat haar vermogen de vermogensruimte heeft overschreden op de datum dat zij dwangsommen ontving. Het betoog van appellante dat het college in plaats daarvan de terugvordering had moeten baseren op artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, van de PW faalt reeds omdat dit (ook) een discretionaire bevoegdheid betreft. Appellante is het niet eens met de hoogte van de inhouding op de bijstand. Het ligt op haar weg om gegevens over haar financiële omstandigheden die nodig zijn voor het vaststellen van de beslagvrije voet over te leggen. Zij heeft echter geen gronden aangevoerd of gegevens overgelegd waaruit blijkt dat haar inkomen als gevolg van de inhouding onder de beslagvrije voet is uitgekomen. Het college heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien rekening te houden met de omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen.
De uitspraak op rechtspraak.nl