CRvB 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:149

Naar het oordeel van de Raad leidt de weigering van kinderbijslag over het tweede en derde kwartaal van 2019 er niet toe dat de kinderen van appellante geen menswaardig bestaan konden leiden en dat hun grondrechten zijn geschonden. Appellante en de kinderen logeerden eerst bij een vrienden, werden later in de crisisopvang opgevangen en kregen geld om van te leven. Weliswaar kan een recht op kinderbijslag leiden tot een recht op kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop en dus tot een substantieel bedrag per maand, maar deze gezinsbijslagen zijn geen basisvoorzieningen of laatste financieel vangnet die noodzakelijk zijn voor het leiden van een menswaardig bestaan. De Raad tekent hierbij aan dat appellante met ingang van het vierde kwartaal van 2019 als ingezetene van Nederland is aangemerkt en zij vanaf dat moment aanspraak kon maken op deze gezinsbijslagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken