CRvB 11 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:41

Verzoek om de periode van ervaringsopbouw voor bevordering tot sergeant der eerste klasse te vermeerderen met 29 maanden, zijnde de periode dat hij werkzaam is geweest als tijdelijk sergeant zodat betrokkene per 9 december 2017 bevorderd kan worden, terecht afgewezen. De staatssecretaris betoogt dat de rechtbank uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting dat het niet gaat om ervaring in de effectieve rang van sergeant. Ongeacht of artikel 3:23 van de VV URAMAR wordt bezien in samenhang met artikel 24b, derde lid, aanhef en onder b, van het AMAR of artikel 24, zevende lid, aanhef en onder c, van het AMAR, is een volledige ervaringsopbouw gedurende vier jaren in de effectieve rang van sergeant vereist voor een bevordering naar sergeant der eerste klasse. Aldus is geen sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit en is toepassing van artikel 6:22 van de Awb niet aan de orde. Dit betoog slaagt. Nu betrokkene in januari 2015 een deelcertificaat heeft behaald en zijn volledige opleiding per 9 mei 2016 heeft afgerond, betekent dit dat bevordering tot sergeant der eerste klasse terecht heeft plaatsgevonden per 9 mei 2020.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen