CRvB 16 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3180

Wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit wordt het oordeel van de rechtbank onderschreven dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat geen aanleiding bestaat om te oordelen dat het Uwv de belastbaarheid van werknemer onjuist heeft ingeschat. Wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit wordt als volgt geoordeeld. Het betoog over het gebrek aan equality of arms slaagt niet. In wat door appellante in hoger beroep naar voren is gebracht, wordt geen aanleiding gezien om daarover in deze zaak anders te oordelen. Appellante is daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld de arbeidskundige grondslag van de besluitvorming van het Uwv aan te vechten, wat zij ook heeft gedaan. Onder verwijzing naar de door het Uwv genoemde uitspraken van de Raad van 10 januari 2019 en 13 februari 2019 en de uitspraak van 15 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1737, is ook in dit geding geen sprake van strijd met het vereiste van equality of arms. De conclusie van het Uwv dat op basis van de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, uitgaande van de FML van 12 augustus 2015 en het opleidingsniveau van werknemer, voor werknemer onvoldoende functies te duiden waren, wordt gevolgd. In hoger beroep heeft appellante geen nadere medische of andere informatie ingebracht op grond waarvan het standpunt van het Uwv niet zou kunnen worden gevolgd. Verder heeft het Uwv met de nadere toelichting over de geselecteerde en niet-geselecteerde functies inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd dat, indien uitsluitend wordt uitgegaan van het opleidingsniveau en de specifieke bekwaamheden van werknemer, in het bijzonder zijn analfabetisme, voldoende functies te duiden zijn met opleidingsniveau 1. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken