CRvB 29 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2496

Samenloop. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de AOV-uitkering aangemerkt moet worden als een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit. Het gegeven dat appellant, naar hij heeft gesteld, de keuze had om de AOV-uitkering later dan bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar te laten ingaan, doet niet af aan het karakter van het toegekende ouderdomspensioen. Bijzondere omstandigheden kunnen slechts bij hoge uitzondering worden aangenomen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in dit geval geen sprake. Voor het buiten toepassing laten van artikel 65, tweede lid, van de WAO bestaat dan ook geen grond. Het oordeel van de rechtbank dat het beroep van appellant op schending van het vertrouwensbeginsel niet slaagt, en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen zoals hiervoor weergegeven, worden geheel onderschreven. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet tijdig melding te maken van de toegekende AOV-uitkering met ingang van april 2013. Het oordeel van de rechtbank dat de schending van de inlichtingenplicht verwijtbaar is wordt onderschreven. Het Uwv was daarom verplicht appellant een boete op te leggen. Gelet op de mate van verwijtbaarheid, het benadelingsbedrag, de overige over appellant gebleken omstandigheden en gelet op het feit dat, zoals ter zitting is vastgesteld, appellant de boete en het benadelingsbedrag inmiddels volledig heeft terugbetaald, is de door het Uwv opgelegde boete van € 2.460,21 evenredig. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de bestreden besluiten zorgvuldig zijn genomen en voorzien zijn van een deugdelijke motivering. Dat het Uwv eerst op 5 april 2018, in de bezwaarprocedure tegen de besluiten van 20 juni 2017, de door appellant verzochte uitdraai met telefoonnotities van het KCC heeft overgelegd, doet daar niet aan af. Voor veroordeling van het Uwv tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in beroep bestaat daarom geen aanleiding. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken