CRvB 10 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2307
De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten gronde liggende overwegingen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname bij de rechtbank, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat op grond van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd per 1 januari 2020 de aanvangsleeftijd voor het ouderdomspensioen van appellant is verschoven naar 16 jaar en 4 maanden en dat hij daardoor recht heeft op een ouderdomspensioen op grond van de AOW met ingang van (datum) juli 2021. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl