CRvB 9 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2275
WIA-uitkering terecht herzien en teruggevorderd. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat door het Uwv aannemelijk is gemaakt dat appellante haarproducten heeft verkocht en hiermee een inkomen heeft verdiend. De door appellante verrichte werkzaamheden dienen, gelet op de aard en de omvang ervan, te worden aangemerkt als werkzaamheden die op geld waardeerbaar zijn en waarmee geldelijk voordeel werd beoogd of volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende normen redelijkerwijs kon worden verwacht. De door appellante verrichte activiteiten hadden het stadium van een hobby gepasseerd. Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Omdat appellante van de schending van haar inlichtingenplicht een verwijt kan worden gemaakt was het Uwv volgens de rechtbank gehouden appellante een boete op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl