CRvB 28 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1588
Wegens het niet nakomen van zijn verplichting om informatie te verstrekken heeft het Uwv appellant zijn loongerelateerde WGA-uitkering onverschuldigd teruggevorderd en een boete opgelegd. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het Uwv voldoende onderzoek heeft gedaan naar de omvang van de door appellant verrichte werkzaamheden en de hoogte van het aan appellant toe te rekenen inkomen. Nu door appellant in beroep noch in hoger beroep ondubbelzinnige, concrete en verifieerbare inkomensgegevens zijn overgelegd, waaruit blijkt dat de schatting onjuist is, ziet de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. Het Uwv was gehouden de over de periode van 27 november 2006 tot en met 31 mei 2010 onverschuldigd betaalde WGA-uitkering van appellant terug te vorderen. Geen sprake van dringende redenen. Appellant heeft zijn inlichtingenverplichting geschonden en dat dit hem zowel objectief als subjectief valt te verwijten. Het Uwv was daarom gehouden hem een boete op te leggen. Het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl