CRvB 30 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1948

Aanvraag om een aanvullende tegemoetkoming in reiskosten op grond van de Regeling incidentele reizen voor de militair en zijn naaste betrekking, terecht afgewezen. Het staat vast dat appellant een tegemoetkoming ontvangt op grond van artikel 20, aanhef en onder a, van het Verplaatsingskostenbesluit defensie. De staatsecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze bepaling een forfaitaire regeling inhoudt die voorziet in een tegemoetkoming voor vier reizen per vier weken, ongeacht het werkelijk aantal gemaakte reizen. Met de staatsecretaris is de Raad van oordeel dat de aangehaalde situatie van de binnenslapers een tijdelijke, bijzondere situatie betreft, die niet op één lijn kan worden gesteld met het structureel in ploegendienst werken. De Raad is van oordeel dat de staatssecretaris niet verplicht kan worden geacht het in de eerdere zaak naar voren gebrachte standpunt ook in deze zaak in te nemen. Van een ten tijde van de nu voorliggende aanvraag bestaande vaste gedragslijn om artikel 3, aanhef en onder e, ten derde, van de Regeling nog steeds zo uit te leggen en toe te passen, is niet gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken