CRvB 22 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1794
Uitspraak 1: Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Appellante heeft geen gronden van bezwaar ingediend, ook niet nadat de minister haar daartoe een hersteltermijn van zes weken had gegeven. Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Uitspraak 2: De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake was van een situatie waarin het verrichten van arbeid door appellante vanwege haar gezondheidstoestand als louter hypothetisch moet worden beschouwd. De minister kon daarom afzien van een volledig herplaatsingsonderzoek. Aan de voorwaarde van artikel 98, derde lid, aanhef en onder c, van het ARAR is dan ook voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl