CRvB 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1745
[A.] behoorde over het vierde kwartaal van 2018 niet tot het huishouden van appellante. Appellante kan daarom voor haar zoon alleen aanspraak maken op kinderbijslag als zij aannemelijk kan maken dat zij hem in belangrijke mate, dat wil zeggen over het vierde kwartaal van 2018 voor € 422,-, heeft onderhouden. Volgens vaste rechtspraak moet appellante op een voor de Svb eenvoudig te controleren wijze aantonen of aannemelijk maken dat zij deze onderhoudsbijdrage heeft geleverd. Appellante is daarin niet geslaagd. Appellante heeft verder bankafschriften ingezonden waaruit blijkt dat sprake is geweest van een opname van contant geld in Rotterdam op 8 oktober 2018 ten bedrage van € 100,- en op 21 december 2018 ten bedrage van € 5.000,-. Appellante heeft gesteld dit geld contant aan haar moeder te hebben gegeven, die [A.] verzorgt. Volgens vaste rechtspraak van de Raad kunnen contante bankopnames niet als onderhoudsbijdragen in aanmerking worden genomen, nu niet eenvoudig is te controleren of deze bedragen ten goede van het kind zijn gekomen (ECLI:NL:CRVB:2020:1316). Als laatste heeft appellante een betalingsbewijs ingezonden van 13 maart 2019 van € 900,-. Daarop is onder andere vermeld dat het bedrag is bedoeld voor het onderhoud in het vierde kwartaal van 2018. Uit vaste rechtspraak volgt dat betalingen die in een bepaald kwartaal zijn verricht worden geacht te zijn gedaan ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in dat betreffende kwartaal (ECLI:NL:CRVB:2019:1821). Dit betekent dat het betalingsbewijs van 13 maart 2019 niet in aanmerking kan worden genomen als onderhoudsbijdrage voor het vierde kwartaal van 2018. De Svb heeft op grond van dit betalingsbewijs appellante kinderbijslag toegekend voor [A.] over het eerste kwartaal van 2019. In hoger beroep heeft appellante geen andere betaalbewijzen overgelegd. Dit betekent dat de Svb appellante terecht kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2018 heeft geweigerd. Appellante heeft tot slot gesteld dat de Svb onduidelijk is geweest over de manier waarop zij aan haar onderhoudsbijdrage kon voldoen en dat zij wisselend hierover is geïnformeerd door medewerkers van de Svb. Voor zover deze stelling moet worden opgevat als een beroep op het vertrouwensbeginsel, slaagt dit niet. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl