CRvB 26 juni 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1316
[naam zoon] behoorde over het vierde kwartaal van 2016 tot en met het derde kwartaal van 2017 niet tot het huishouden van appellante. Appellante kan daarom voor [naam zoon] alleen aanspraak maken op kinderbijslag als zij aannemelijk kan maken dat zij hem in belangrijke mate, dat wil zeggen voor € 416,- per kwartaal, heeft onderhouden. Volgens vaste rechtspraak moet zij op een voor de Svb eenvoudig te controleren wijze aantonen of aannemelijk maken dat zij deze onderhoudsbijdrage heeft geleverd. Appellante is daarin niet geslaagd. Aan appellante is dan ook terecht kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2016 tot en met het derde kwartaal van 2017 geweigerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl