CRvB 30 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1637
Het hoger beroep is beperkt tot de vraag of het Uwv zich in het besluit van 22 december 2020 terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij na verrekening niets meer is verschuldigd aan appellant. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Het hoger beroep slaagt niet. Uitgaande van een termijn van in totaal vier jaar en vier maanden, is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan zes maanden en minder dan een jaar op. De overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden in de fase bij de bestuursrechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl