CRvB 2 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1591
Mate van arbeidsongeschiktheid voor de WIA terecht vastgesteld op 73,34%. Het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door het Uwv voldoende zorgvuldig is geweest en dat er op grond van de beschikbare gegevens geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen, zoals neergelegd in de FML, wordt onderschreven alsook de overwegingen waarop dat oordeel berust. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit stelt de Raad voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Raad het CBBS in beginsel rechtens aanvaardbaar is te achten als ondersteunend systeem en ondersteunende methode bij de beoordeling of, en zo ja in welke mate, iemand arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten. Eveneens volgens vaste rechtspraak van de Raad moet in beginsel worden uitgegaan van de juistheid van de in het CBBS opgenomen gegevens. geen aanknopingspunt om te twijfelen aan de juistheid van het uitgangspunt dat een in het CBBS opgenomen functiebeschrijving rechtstreeks gebaseerd is op de waarnemingen en bevindingen van de arbeidskundig analist en derhalve ook de in de functiebeschrijving opgenomen omvang van het handelingstempo. Van strijd met het vereiste van equality of arms is dan ook geen sprake. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de belasting in de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 15 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1737
- HR 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1316
- ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454
- ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259
- CRvB 7 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1407
- CRvB 30 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT8414
- CRvB 8 augustus 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY6390
- CRvB 8 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS9343