CRvB 30 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT8414
Het CBBS is niet in strijd met het uit art. 6 EVRM voortvloeiende vereiste van “equality of arms”. Zoals de Raad eerder heeft overwogen o.m. in CRvB 8-3-2005, LJN AS9343 en 10-3-2010, LJN BL7275, zijn er geen redenen om een systeem als het CBBS niet in beginsel rechtens aanvaardbaar te achten als ondersteunend systeem en methode bij de beoordeling of en zo ja in welke mate iemand arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten. In dit oordeel ligt tevens besloten dat betrokkene niet kan worden gevolgd in de opvatting dat het in strijd is te achten met het uit art. 6 EVRM voortvloeiende vereiste van “equality of arms”, alsmede het beginsel van “fair play” dat het Uwv middels het CBBS over gegevens beschikt die voor betrokkene niet alle kenbaar zijn. Immers het staat betrokkene vrij om andersluidende gegevens aan te dragen die indien zij reële twijfel wekken van de in het CBBS opgenomen gegevens aanleiding kunnen geven tot verificatie daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl