CRvB 18 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1482
Afwijzing verzoek om vrijstelling van het betalen van het griffierecht voor het hoger beroep, omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van betalingsonmacht. Als appellante haar niet-genoten vakantie-uren niet had willen laten uitbetalen maar had willen opnemen, terwijl dat haar niet was toegestaan, had zij daarover op een eerder moment een besluit van de minister kunnen vragen en tegen dat besluit rechtsmiddelen kunnen aanwenden. Dat heeft zij niet gedaan. De niet-genoten vakantie-uren zijn daarom op goede gronden aan appellante uitbetaald. De nabetaling als gevolg van de salarisverhoging is niet onjuist berekend. De salarisverhoging gold immers met ingang van 1 juli 2018 en niet, zoals appellante heeft gesteld, per 1 januari 2018.
De uitspraak op rechtspraak.nl