CRvB 27 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1246

Wat betreft de juistheid van het aantal verlofuren over de jaren 2016 tot 1 september 2018 is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de korpschef voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het totaal aan verlofuren over die jaren tot stand is gekomen. De mogelijk nog resterende verlofuren over de periode vóór 2016 zijn onder toepassing van artikel 23 van het Barp op goede gronden met ingang van 1 januari 2018 komen te vervallen. Van getrapte besluitvorming is geen sprake. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de uitbetaling van het verlofsaldo niet te laat heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 26, eerste lid, van het Barp ontstaat het recht op uitbetaling van de niet-opgenomen verlofuren bij het einde van het dienstverband.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken