CRvB 17 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1453
Rechtstreeks beroep na opdracht van de Raad. Niet gebleken is dat appellante nog een procesbelang heeft bij het beroep dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Met het besluit van 16 maart 2020 is inmiddels een reëel besluit genomen. Verder heeft de korpschef bij besluit van 14 april 2021 aan appellante op grond van artikel 4:17, tweede lid van de Awb een dwangsom toegekend van € 1.172,-. Beroep tegen het bestreden besluit van 16 maart 2020. De korpschef heeft in zijn verweerschrift een gemotiveerde toelichting gegeven. De Raad vindt dat hiermee voldoende is gemotiveerd dat de kandidaten niet op de plek van appellante geplaatst konden worden. Hieruit volgt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Nu het besluit van 16 maart 2020 niet onrechtmatig wordt bevonden moet het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen. Aanleiding bestaat om de korpschef op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met het beroep tegen het niet tijdig beslissen bestreden besluit redelijkerwijs heeft moeten maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 22 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2606
- CRvB 16 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:984
- CRvB 28 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3799
- CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2432
- CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2506
- CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2507
- CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2508
- CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2573