CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2506
Anders dan de korpschef is de Raad van oordeel dat sprake is geweest van een onrechtmatige afwijzing van de aanvraag. De Raad ziet geen aanleiding om de korpschef te volgen in zijn betoog over het verlies van vrije tijd in relatie tot schade. Gemis van vrije tijd levert in een situatie als die van betrokkene een voor vergoeding in aanmerking komende schadepost op. De beroepsgrond van de korpschef betreffende de hoogte van de schadevergoeding slaagt. De berekening van de schadevergoeding, overeenkomstig de uitspraak van 2 april 2009, heeft de Raad in haar uitspraak van 6 mei 2010 als juist aanvaard. De Raad onderschrijft de overweging van de rechtbank dat er geen grondslag is om de korpschef te verplichten om betrokkene langer in dienst te houden. Geen belang voor de organisatie. Proceskostenveroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl