CRvB 6 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1048

Appellante bevond zich als migrerend burger van de Europese Unie in een grensoverschrijdende situatie, op welke situatie, Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo 883/2004) en Verordening (EG) nr. 987/2009 (Vo 987/2009) van toepassing is. De Svb heeft dit ook erkend. De Raad zal de zaak met dit (juiste) toetsingskader beoordelen. Onder de geschetste omstandigheden moet worden vastgesteld dat appellante in ieder geval op de peildatum van het tweede kwartaal van 2017 (1 april) nog geen woonplaats in Nederland had. Gedurende de maanden daarna zijn er steeds meer aanknopingspunten dat het verblijf in Nederland als bestendig bedoeld is en niet meer van tijdelijke aard. Het omslagpunt met ingang waarvan appellante haar woonplaats heeft verlegd naar Nederland, vindt ook de Raad in deze situatie de komst van de twee oudste kinderen naar Nederland. De eerste objectiveerbare datum in het dossier van verblijf van die kinderen in Nederland, is de datum 10 juli 2017 waarop de zorgverzekering is afgesloten. De Svb heeft voor het vaststellen van de woonplaats van appellante terecht aangesloten bij deze datum. Hieruit volgt dat op de peildata van het tweede en derde kwartaal van 2017 de Nederlandse wetgeving niet op appellante van toepassing is en zij terecht als niet verzekerde voor de AKW is aangemerkt. De rechtbank heeft terecht, hoewel onder toepassing van een onjuist toetsingskader, het beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook, met verbetering van gronden, bevestigd worden. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante die in beroep en in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand zijn gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken