CRvB 2 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:871
Het aanmerken van een ongeval als dienstongeval in de zin van de artikelen 54 en 54a van het BARP betekent nog niet dat op grond van de genoemde norm ook aanspraak bestaat op vergoeding van andere schade die een betrokkene als gevolg van het ongeval heeft geleden of zal lijden. Beide grondslagen voor vergoeding van schade kunnen naast elkaar bestaan en vergen een afzonderlijke toetsing aan de in de algemene aansprakelijkheidsnorm vervatte vereisten. Op grond van de stukken, de getuigenverklaringen en de ter zitting door betrokkene en [naam] gegeven toelichtingen kan de Raad, alles afwegende, niet tot een andere conclusie komen dan dat het ongeval moet zijn gelegen in een door betrokkene niet juist uitgevoerde remmanoeuvre door bij de noodstop te hard te remmen met de voorrem, waardoor het voorwiel blokkeerde. Aangezien de korpschef met betrekking tot het uitvoeren van de remmanoeuvre voldoende voorlichting heeft gegeven, betekent het voorgaande dat betrokkene niet met succes de korpschef aansprakelijk kan houden voor de restschade die hij heeft geleden of zal lijden als gevolg van het ongeval.
De uitspraak op rechtspraak.nl