CRvB 26 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:794

Het college was bevoegd de aanstelling voor bepaalde tijd van appellant niet te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling en geen grond is voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Met de rechtbank en dus anders dan appellant is de Raad van oordeel dat appellant aan de brief van 14 mei 2012, gelet op de bewoording daarvan geen in rechte afdwingbare aanspraak kan ontlenen jegens het college op aanstelling van de door appellant aangemelde promovenda.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken