CRvB 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:546

Afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de (resterende rentedragende lening. De Wsf 2000 voorziet slechts in kwijtschelding bij het einde van de aflosfase en bij overlijden van de debiteur. De minister voert met toepassing van de in artikel 11.5 van de Wsf 2000 opgenomen hardheidsclausule een beleid waarin staat dat ook kwijtschelding wordt verleend. Uit de door appellant gedurende de procedure overgelegde gegevens heeft de minister, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, terecht de conclusie getrokken dat de situatie van appellant niet valt onder de in het beleid opgenomen situaties. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat de minister de conclusie van zijn medisch adviseur niet heeft kunnen volgen. Ook als ervan wordt uitgegaan dat de door appellant geschetste omstandigheden hem belasten en dat de schuld daardoor als zodanig op hem drukt, behoeven zij de minister geen aanleiding te geven van zijn beleid af te wijken. Van de minister kan niet worden verlangd dat hij bij studerenden die een schuld opbouwen nagaat of (het ontstaan van) deze schuld (nog steeds, en in het concrete geval) verantwoord is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken