CRvB 24 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3551
Korting op ouderdomspensioen wegens niet verzekerde tijdvakken. 1) Nu appellant geen verifieerbare gegevens heeft ingebracht die zijn stelling ondersteunen, gaat de Raad ervan uit dat de Svb terecht het tijdvak tussen 2 april 2015 en 4 oktober 2015 als niet verzekerd tijdvak voor de AOW heeft aangemerkt. Dit betekent dat gezien het bovenstaande appellant één jaar en ruim negen maanden, afgerond één jaar, niet verzekerd is geweest voor de AOW waardoor de korting op zijn AOW-pensioen moet worden beperkt tot 2%. 2) Niet verzekerde tijdvakken in tussenliggende periodes van uitzendarbeid. In de periode tussen 2 juni 2012 en 4 oktober 2015 is appellant verzekerd geacht voor de AOW in de tijdvakken waarin hij via uitzendbureaus in Nederland in dienstbetrekking werkte. In andere vergelijkbare zaken is bij de Raad de vraag opgekomen of op grond van Europees recht de verzekering voor de AOW voort zou moeten duren tijdens de tussenpozen van deze werkzaamheden. De Raad heeft met betrekking tot deze vraag op 17 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3216 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Om tot een beslechting van het geschil te komen zonder appellant tekort te doen, heeft de Svb – desgevraagd – ter zitting het volgende toegezegd. Indien het arrest van het Hof aanleiding geeft om de volgens de Svb niet verzekerde tijdvakken die waren gelegen tussen de uitzendarbeid die appellant heeft verricht toch als verzekerde tijdvakken in aanmerking te nemen, zal de Svb dit uit eigen beweging met volledig terugwerkende kracht vanaf 4 oktober 2015 in het ouderdomspensioen van appellant verwerken.
De uitspraak op rechtspraak.nl