CRvB 10 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3534

De RAAF. “wezenlijk afwijken”. De Raad kan de korpschef volgen in zijn conclusie dat de feitelijke werkzaamheden van appellante niet voldoen aan de niveaubepalende elementen van de functie Medewerker [afdeling 1] . Uit de beschrijving die appellante van haar werkzaamheden heeft gegeven blijkt niet dat deze binnen het betrokken vakgebied, dat wil zeggen het vakgebied [afdeling 1], het niveau van haar functie overstijgen, in de zin dat appellante over de volle breedte en los van nauwgezette richtlijnen en gestandaardiseerde werkwijzen binnen dat vakgebied werkzaam is geweest, waarbij begeleiding door en overdracht aan ten minste een Generalist [afdeling 1] heeft kunnen plaatsvinden. Uit die beschrijving blijkt veeleer dat de werkzaamheden van appellante het vakgebied [afdeling 1] te buiten zijn gegaan. Appellante heeft blijkens die beschrijving ook werkzaamheden verricht binnen het vakgebied [afdeling 2]. Dat laatste maakt echter niet dat is voldaan aan de niveaubepalende elementen van de functie waarop het RAAF-verzoek van appellante betrekking had, te weten de functie van Medewerker [afdeling 1] . De Raad volgt daarbij ook de korpschef in zijn standpunt dat hij is gehouden om verzoeken op grond van de RAAF te toetsen aan de gevraagde functie en dat het dus niet op zijn weg ligt om naar aanleiding van deze verzoeken uit eigen beweging na te gaan of de werkzaamheden van de aanvrager wellicht binnen enige functie in een ander vakgebied uit het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) zouden kunnen worden gebracht. Appellante heeft zich verder nog beroepen op de organisatorische context, zoals bedoeld in de genoemde passage uit de toelichting bij de RAAF. Deze situatie doet zich in het geval van appellante niet voor. Het hoger beroep slaagt dus niet. De afwijzing van het verzoek van appellante houdt stand. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken