CRvB 25 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3146
Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het verzoek om aanpassing van de maximale periodebijdrage over 2017 terecht is afgewezen. Appellant heeft de door het CAK aan de besluitvorming ten grondslag gelegde berekening als zodanig niet bestreden. Artikel 28 van het VN-Gehandicaptenverdrag bevat geen norm die door de rechter rechtstreeks als toetsingsmaatstaf voor besluiten toepasbaar is aangezien deze bepaling niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig een te bereiken resultaat voorschrijft, en daarom in de nationale rechtsorde niet zonder meer als objectief recht kan worden toegepast. De stelling dat het VN-Gehandicaptenverdrag een intentieverdrag is en dat getoetst moet worden aan het hele verdrag, blijft buiten bespreking nu appellant deze stelling onvoldoende heeft geconcretiseerd. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl