CRvB 30 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:312
Verzoek appellant om toepassing socialezekerheidswetgeving van Luxemburg op hem, en voor zover nodig met toepassing van artikel 16 van Vo 883/2004 tot regularisatie over te gaan. Gelet op het tijdstip waarop appellant zijn verzoek heeft ingediend en de wijze waarop hij dit heeft ingericht, is geen sprake van schending van de voorschriften van de artikelen 6, 16 en 73 van Vo 987/2009 en evenmin van Besluit A1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant op grond van deze regel in de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 april 2013 was onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving van Nederland. De afgegeven E106-verklaring doet hieraan niet af, verwijzing naar vaste rechtspraak. Vaste praktijk Svb om afwijzend te beslissen op verzoeken om overlegprocedure ingeval van niet afgeronde fiscale procedures, vindt de Raad niet onredelijk en verwijst naar zijn uitspraken van 2016 en 2017. Hoger beroep slaagt niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2817
- Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3139
- CRvB 22 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3825
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725
- CRvB 28 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2634
- CRvB 9 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3556
- CRvB 9 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3578