CRvB 25 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3088

In zijn uitspraak van 19 december 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:3933) heeft de Raad overwogen dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om een duidelijke scheiding in zorg en verantwoordelijkheid aan te brengen tussen de Wlz en de Wmo 2015. Niet in geschil is dat appellant aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een Wlz-instelling. De medisch adviseur van Argonaut heeft in het medisch advies van 19 september 2017 vastgesteld dat vanuit medische optiek deelname aan activiteiten en bezigheden vanuit de instelling belangrijk is voor appellant. Hiermee wordt voorzien in zijn behoefte. Uitgaande van de aan het college gegeven zeer ruime beslissingsruimte heeft het college onder verwijzing naar dit medisch advies op de in het bestreden besluit neergelegde gronden de gevraagde maatwerkvoorzieningen in redelijkheid kunnen weigeren. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken