CRvB 24 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2268
Het hoger beroep is beperkt tot de schorsing en het strafontslag en de daaraan als plichtsverzuim ten grondslag gelegde gedragingen a en b zoals vermeld in de aangevallen uitspraak. Appellant wordt niet gevolgd in zijn standpunt over de schorsing. De Raad is van oordeel dat de staatssecretaris in redelijkheid tot schorsing heeft kunnen overgaan gelijktijdig met het opleggen van het strafontslag. Dat de staatssecretaris appellant op een eerder moment in het belang van de dienst had kunnen schorsen, maakt niet dat de schorsing onrechtmatig is. Niet gezegd kan worden dat appellant er door het tijdsverloop tot aan de schorsing vanuit mocht gaan dat de staatssecretaris geen rechtspositionele maatregelen zou nemen. Appellant heeft samengevat betoogd dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, omdat hij niet in strijd met de integriteitsregels heeft gehandeld dan wel omdat deze hem niet duidelijk waren. Dit betoog slaagt niet. Raad kan appellant geheel niet volgen in zijn betoog dat de vele vakantiereizen nodig waren voor een goede uitoefening van de functie en in het belang van Defensie waren. Het wordt dan ook niet aannemelijk geacht dat dit steeds met toestemming van het bevoegd gezag heeft plaatsgevonden. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat appellant de tankpassen voor privédoeleinden heeft gebruikt. De opgelegde disciplinaire maatregel is, gezien de ernst en de aard van de gedragingen, de betekenis hiervan voor het functioneren binnen de dienst en de terecht gestelde eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid van medewerkers van Defensie niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat de door appellant geschetste cultuur binnen Defensie, wat daar ook van zij, appellant niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijkheid. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl