CRvB 6 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1777
De Raad is van oordeel dat, nu het hof dezelfde feiten aan de hand van dezelfde beginselen heeft getoetst, niet tot het oordeel kan worden gekomen dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan gedraging 1, zonder twijfel te doen ontstaan over de juistheid van de vrijspraak van wat betrokkene in de strafzaak werd verweten en dus zonder in strijd te handelen met de in artikel 6, tweede lid, van het EVRM gewaarborgde onschuldpresumptie. Het incidenteel hoger beroep van de korpschef slaagt daarom niet. Uitgaande van wat in de uitspraak is overwogen, heeft de korpschef, ook naar het oordeel van de Raad, aannemelijk gemaakt dat betrokkene de genoemde, hem verweten gedragingen 2, 3 en 4 heeft begaan. Betrokkene is aldus tekortgeschoten voor wat betreft de hulpverlening aan X en hij heeft zich met deze gedragingen schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. Alles afwegende is de Raad van oordeel dat, gezien de aard en ernst van het plichtsverzuim, de straf van voorwaardelijk ontslag een te zware sanctie is. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. Herroept het besluit van 9 januari 2017. Het voorwaardelijk strafontslag wordt gewijzigd in de voorwaardelijke straf van plaatsing in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt als bedoeld in artikel 77, eerste lid, aanhef en onder i, van het Barp. De Raad ziet geen aanleiding om de bij het besluit van 9 januari 2017 vastgestelde proeftijdperiode – de periode van 10 januari 2017 tot en met 9 januari 2018 – te wijzigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 19 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1532
- Hof Den Haag 19 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1533
- Rb. Den Haag 21 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15096
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958
- Hof Den Haag 30 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:840
- Hof Den Haag 30 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:841
- EHRM 28 maart 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0328JUD004502807
- EHRM 18 oktober 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1018JUD002110707
- EHRM 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510
- EHRM 12 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0712JUD002542409
- CRvB 15 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1997