CRvB 23 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1007

De Raad ziet in de omstandigheden van dit geval redenen om de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig te achten aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Onberispelijke dienstverband. Vernietiging besluit. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en het ontslagbesluit herroepen. Oplegging voorwaardelijk ontslag op grond van de aard en ernst van het plichtsverzuim, onder de bepaling dat die straf niet ten uitvoer wordt gelegd als appellante zich gedurende twee jaar na de datum van deze uitspraak niet opnieuw schuldig maakt aan soortgelijk of enig ander ernstig plichtsverzuim. Geen beëindiging dienstverband maar een dienstverband dat doorloopt tot de datum waarop appellante de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken