CRvB 4 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3902
Inkomen van appellant is op juiste wijze door Uwv berekend op grond van artikel 4:1, eerste en vijfde lid, van het AIB. Anders dan de rechtbank, wordt geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in het geval van betrokkene geen sprake is van een kennelijk onredelijk resultaat. Hoger beroep Uwv slaagt en de aangevallen uitspraak zal worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl