CRvB 31 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3459
Afwijzing verzoek om vergoeding van de kosten van de te verlenen rechtsbijstand op grond van artikel 69a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) en artikel 2 van de Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie (Regeling) op de grond dat, appellant opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk heeft gehandeld, dat geen sprake is van uitvoering van de politietaak en evenmin van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 69a, vijfde lid, van het Barp. De vraag die in dit geding moet worden beantwoord is of de gewraakte handeling van appellant, te weten de naslag in het politiesysteem ten behoeve van de garagehouder en het aan hem doorgeven van de daarmee verkregen informatie, valt onder het criterium ‘uitvoering van de politietaak’ als genoemd in artikel 69a, eerste lid, van het Barp. Omdat appellant de handeling heeft verricht buiten diensttijd moet zijn optreden overeenkomstig artikel 59 van het Barp redelijkerwijs vereist zijn geweest. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend.
De uitspraak op rechtspraak.nl