CRvB 25 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2530

Met appellante, en dus anders dan de rechtbank, is de Raad van oordeel dat de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij appellante sprake is van ongeschiktheid voor de functie als bedoeld in 4.1. Ten tijde van de datum van beëindiging van het dienstverband (peildatum) was sprake van een vertrouwensbreuk tussen appellante en haar leidinggevenden binnen [ressort] van [onderdeel]. Ter zitting is namens de staatssecretaris bevestigd dat de mogelijkheden voor een herplaatsing van appellante niet zijn onderzocht. Dit betekent dat de staatssecretaris evenmin bevoegd was om appellante op andere gronden ontslag te verlenen. Hoger beroep slaagt. De Raad voorziet zelf in de zaak en zal het ontslagbesluit van 9 september 2016 herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken