CRvB 25 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2500

De Raad komt, anders dan de rechtbank, tot het oordeel dat voortzetting van het dienstverband niet in redelijkheid van het college kon worden gevergd. De conclusie is dat het college bevoegd was betrokkene ontslag te verlenen op grond van artikel 8:8 van de AGM en van deze bevoegdheid gebruik mocht maken. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak zal worden vernietigd. 4.5. Naar aanleiding van wat betrokkene in beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad dat de gedingstukken onvoldoende aanwijzingen bevatten voor het oordeel dat sprake was van een overwegend aandeel in de impasse van de zijde van het college. De aangeboden regeling moet daarom als passend worden beschouwd. Betrokkene heeft geen aanspraak op aanvullende compensatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken