CRvB 18 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2430
Op 24 maart 2017 is de korpschef door appellant in gebreke gesteld. De korpschef is tot 29 mei 2018 in gebreke geweest. De Raad zal bepalen dat de korpschef aan appellant een dwangsom van € 1.260,- verbeurt. Het beroep tegen het bestreden besluit slaagt en dat besluit zal worden vernietigd. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door het besluit van 22 oktober 2015 te herroepen en het verzoek van appellant om ontheffing van zijn werkzaamheden overeenkomstig zijn aanvraag in te willigen met ingang van 1 januari 2016 met als einddatum 1 juli 2017. Anders dan de korpschef is de Raad van oordeel dat gemis van vrije tijd ook in een situatie als die van betrokkene een voor vergoeding in aanmerking komende schadepost oplevert.
De uitspraak op rechtspraak.nl