CRvB 10 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK7337
Schadevergoeding. De door de Minister (appellant) berekende schadevergoeding is opgebouwd uit een vergoeding voor niet genoten vrije tijd en ingehouden FPU-premies over de periode van 1 december 2005 - het tijdstip waarop het FPU-arrangement had behoren in te gaan - tot 1 april 2007 - het tijdstip waarop van het FPU-arrangement gebruik is gemaakt - en de wettelijke rente over die bedragen, berekend over het tijdvak van 1 december 2005 tot 1 juni 2009. De Raad stelt vast dat in dit geding slechts de hoogte van de aan betrokkene toekomende schadevergoeding aan de orde is en kan zijn. Dat de vaststelling van de aan betrokkene toekomende schadevergoeding niet tot een betaling, maar tot een terugvordering leidt valt buiten de omvang van het geding. Het verzoek van de Minister om de aangevallen uitspraak volledig te vernietigen zal niet worden ingewilligd. Er bestaat slechts aanleiding de aangevallen uitspraak te vernietigen voor zover het de hoogte van de schadevergoeding betreft. Veroordeelt de Minister tot vergoeding van de schade van betrokkene tot een bedrag van € 10.617,47 (was € 15.000,--).
De uitspraak op rechtspraak.nl