CRvB 15 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2001

Dagloon WAO-uitkering na anticumulatie. Appellant voldoet niet aan de in artikel 40 van de WAO gestelde voorwaarden voor het opnieuw vaststellen van het dagloon. Artikel 40, eerste lid, van de WAO voorziet in de mogelijkheid van het opnieuw vaststellen van het (vervolg)dagloon, mits dit leidt tot een hoger dagloon. Uit vaste rechtspraak van de Raad volgt dat op de datum in geding voor de toepassing van artikel 40, eerste lid, van de WAO, is vereist dat sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Raad van 8 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1099 en van 13 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4372). Appellant wordt vanaf 26 april 2000 onveranderd 80 tot 100% arbeidsongeschikt geacht. De mate van arbeidsongeschiktheid is nadien niet herzien. Van een toename van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de WAO is dan ook geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken