CRvB 16 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2556

Straf van onvoorwaardelijk ontslag te zwaar. Plichtsverzuim. De Raad voorziet zelf en legt aan appellant de straf op van voorwaardelijk ontslag, onder de bepaling dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd als appellant zich gedurende twee jaar na de datum van deze uitspraak niet opnieuw schuldig maakt aan soortgelijk of enig ander ernstig plichtsverzuim. Onvoldoende duidelijk geworden wat er wel en wat er niet is gebeurd. De Raad is er daarom niet van overtuigd dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan alle verweten gedragingen. Alleen de resterende verweten gedraging dat appellant zijn leidinggevende(n) verwijtbaar niet heeft geïnformeerd over het seponeren van de parkeerbon van 3 maart 2015, kan als plichtsverzuim worden aangemerkt en kan tot het opleggen van een disciplinaire maatregel leiden. Evenredigheid. De Raad ziet in de omstandigheden van dit geval redenen om de straf van onvoorwaardelijk ontslag te zwaar te achten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken