CRvB 3 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:881

Toetsingsmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt gevolgd, zoals neer gelegd in de uitspraak van 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3131. Hier is van belang hetgeen onder 3.6 van genoemde uitspraak is overwogen. Als geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en het bestuursorgaan beleid voert met betrekking tot het terugkomen van een besluit dat evident onredelijk is, toetst de bestuursrechter in de eerste plaats of het bestuursorgaan een juiste toepassing heeft gegeven aan zijn beleid. In het kader van de toetsing of een juiste toepassing is gegeven aan het beleid komt betekenis toe aan artikel 4:84 van de Awb. In dit artikel is neergelegd, dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. In dit geval is sprake van bijzondere omstandigheden die leiden tot een langere terugwerkende kracht dan het in het beleid neergelegde maximum van vijf jaar. Betrokkene had de juiste gegevens verstrekt, er was geen toekenningsbesluit waarin het kortingspercentage werd vermeld, pas veertien jaar later kreeg betrokkene een besluit waaruit de korting bleek. Betrokkene had echter wel aan de bedragen kunnen zien dat hij geen volledig AOW-pensioen kreeg. Herziening met zeven jaar en een maand terugwerkende kracht (= de helft van de totale termijn). De Raad voorziet zelf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken