CRvB 24 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2947

Appellant was niet bevoegd om betrokkene met toepassing van artikel 8.4, eerste lid, van de CAO NU, wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk ontslag te verlenen. Ten tijde van het ontslagbesluit was nog geen sprake van een situatie dat van appellant niet kon worden verlangd het dienstverband met appellant voort te zetten. Niet alle verweten gedragingen zijn komen vast te staan. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene ernstig te kort is geschoten in de begeleiding van haar promovendi. Appellant heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat betrokkene verzuimd heeft Z van informatie te voorzien. Andere verweten gedragingen hebben appellant geen schade hebben berokkend. Appellant had zijn inspanningen om betrokkene in de faculteit te plaatsen niet mogen staken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken