CRvB 6 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2863

Art. 3:5 lid 3 van het AIB, inhoudende dat prepensioen niet tot het inkomen wordt gerekend die door de uitkeringsgerechtigde werd ontvangen en die betrekking heeft op een eerder verlies van arbeidsuren, moet restrictief worden uitgelegd. Deze uitzonderingsbepaling is alleen van toepassing als het prepensioen samenhangt met dezelfde (resterende) dienstbetrekking als waaruit de werknemer werkloos is geworden. Alleen in die situatie wordt een prepensioen niet gekort op de WW-uitkering. Dus voor alle gevallen waarin een prepensioen wordt ontvangen uit een eerdere dienstbetrekking dan waaruit een WW-recht is ontstaan, moet dit prepensioen in mindering worden gebracht op de WW-uitkering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken